Spelfouten in Vondels Gysbreght?

De Alphaman brengt literatuur in beeld. Elke maand verschijnt er een te gekke video waarin we een oud verhaal in een nieuw jasje steken. Maar achter video’s van oude verhalen schuilen nog meer verhalen: de boeken zelf. In deze reeks laten wij zien dat er in oude boeken interessante verhalen zitten!

 

Spelfouten in Vondels Gysbreght?

Ga naar een willekeurige bruiloft en er is dikke kans dat je ergens op de dag de volgende zinnetjes hoort:

Waar werd oprechter trouw,
Dan tussen man en vrouw,
Ter wereld ooit gevonden?
Twee zielen, gloeiende aaneengesmeed,
Of
vastgeschakeld en verbonden,
In lief en leed. 

De zinnetjes zijn natuurlijk hartstikke romantisch. Alleen weinig mensen weten dat dit rechtstreeks uit het zeventiende-eeuwse toneelstuk Gysbreght van Aemstel van Joost van den Vondel komt (ja, die van het park in Amsterdam).

In het origineel staat het iets net iets anders opgeschreven. Namelijk zo:

Waer werd oprechter trouw
Dan tusschen man en vrouw
Ter weereld oit gevonden?
Twee zielen gloênde aen een gesmeed,
Of vast geschakelt en verbonden
In lief en leedt

Dat we ‘tusschen’ nu zonder ch schrijven en dat ‘oit’ een extra o heeft gekregen is niet zo schokkend. Maar kom op, Vondel, ‘geschakelt’ met een t? Nooit van ’t ex-kofschip gehoord? En ‘leedt’, wat is dat nou weer voor gekkigheid? In de zeventiende eeuw was het vrij normaal om deze woorden zo te schrijven. Sterker nog, tot 1804 was er geen standaardspelling. Elke man of vrouw kon zelf bepalen hoe hij of zij een woord wilde schrijven. Iedereen een tien voor taal.

Ja! Alphaman, terug naar de zeventiende eeuw! Leve de anarchie!

Eh… nee. Dat er geen spellingsregels waren betekent niet dat ze er in die tijd niet over nadachten. Zo deed P.C. Hooft (ja, die van die winkelstraat) een voorstel voor standaardspelling, maar hij kreeg niet genoeg medestanders. Grotere invloed had de komst van de Statenbijbel van 1637. De Statenbijbel was een initiatief van de protestantse kerk in de Nederlanden om allemaal dezelfde Bijbelvertaling te gebruiken. Voor die tijd had iedereen zijn eigen versie in zijn eigen dialect en dat was volgens de kerk veel te verwarrend. Met de komst van de Statenbijbel las iedereen elke zondag precies dezelfde tekst en zou er langzaam een Algemeen Beschaafd Nederlands ontstaan.

Uiteindelijk verscheen in 1804 de eerste officiële standaardspelling, de zogenaamde spelling-Siegenbeek. Vanaf toen kon je dus officieel een spelfout maken. Twee eeuwen later zijn er trouwens weinig woorden uit Siegenbeeks spellinggids die we nog hetzelfde schrijven. Lagchen, kagchel, blaauw en berigt krijgen allemaal een rood lijntje in Word.

Vondel zou het maar niks hebben gevonden. Al dat leedt om een d’tje of een t?

De Alphamannetjes krijgen spellingsles