Warenar en de missende letters van het alfabet

De Alphaman brengt literatuur in beeld. Elke maand verschijnt er een te gekke video waarin we een oud verhaal in een nieuw jasje steken. Maar achter video’s van oude verhalen schuilen nog meer verhalen: de boeken zelf. In deze reeks laten wij zien dat er in oude boeken interessante verhalen zitten!

Warenar en de missende letters in het alfabet

In Warenar maken we kennis met een oude gierigaard die een pot met goud vindt. Hij is zo gek op zijn geld dat hij niet doorheeft dat zijn dochter verkracht is op de kermis en gaat bevallen van een kind. Als hij zijn pot met goud kwijtraakt, leidt dat tot een hoop misverstanden. Mocht je in een wilde bui het origineel erbij pakken, dan kan het zomaar dat je ook op een misverstand stuit. Want, hoe schrijf je Warenar eigenlijk?

De zeventiende-eeuwers waren niet zo duidelijk. Warenar, Ware-nar of Vvare-nar, iedereen deed het volgens zijn eigen spelling. Op de plaatjes zie je twee keer een voorpagina van Warenar, de eerste uit 1630 en de tweede uit 1695. Ze gebruiken allebei een andere titel. Bij de eerste staat er in gotische letters ‘Vvare-nar’ en bij de tweede ‘Warenar’. Huh?

‘Alphaman hoe kan dat nou? Dat is toch geen W maar twee V’s?’

Dat klopt. In de Middeleeuwen werd er vooral in het Latijn geschreven. De letter W kwam niet voor in het Latijn, dus er was ook geen teken voor. Toen de Germanen (de voorouders van onder andere de Nederlanders en Duitsers) besloten om ook teksten te gaan schrijven, ontstond er een probleem. Zij hadden namelijk wel een W-klank. Er moest dus een nieuwe letter bedacht worden in het Latijnse schrift. Dit werd de dubbele V of de dubbele U. Vandaar ook het Engelse ‘double U’ en het Franse ‘double V’.

In de zeventiende eeuw raken ze een beetje uitgekeken op het onhandige systeem van twee tekens voor een letter. De dubbele V’s worden langzaam ingeruild voor de W zoals wij hem kennen. Dat verklaart waarom op het plaatje uit 1630 nog VVare-nar staat en op het tweede plaatje Warenar. Ook nemen ze afscheid van een andere spellinghobby die ze van de middeleeuwers hadden geërfd. Op de twee plaatjes zie je dat de ene drukker Ian heet en de andere Jacob. Ian is natuurlijk gewoon Jan, maar waarom schreef hij niet gewoon een J, net als Jacob? Ook de J was in het Latijn onbekend en is later in de Middeleeuwen toegevoegd.

Tegenwoordig mogen we niet meer zo vrij variëren in onze spelling. Bespaart een hoop vervvarring.

De Alphamannetjes praten in tongbrekers